"Heer, naar wie zouden we gaan? Gij hebt woorden van eeuwig leven."; Johannes 6,68



Vul Uw e-mail in


Bevestig Uw e-mail

















 

Woensdag in week 12 door het jaar

Uit het boek Genesis 15,1-12.17-18.
Na deze gebeurtenissen werd in een gezicht het woord van Jahweh gericht tot Abram: Vrees niet Abram: Ik ben u tot schild; Overgroot zal uw loon zijn!
Toen zei Abram: Jahweh, mijn Heer, wat kunt Gij me geven? Kinderloos ga ik heen, en Eliézer uit Damascus zal de bezitter zijn van mijn huis.
En Abram ging voort: Zie, Gij hebt mij geen nazaat gegeven, en een mijner onderhorigen zal mijn erfgenaam zijn.
Weer werd het woord van Jahweh tot hem gericht: Deze zal uw erfgenaam niet zijn; maar die uit uw eigen lichaam wordt geboren, zal uw erfgenaam zijn.
Hij voerde hem naar buiten, en sprak: Zie op naar de hemel en tel de sterren, als ge dat kunt: zó talrijk zal uw nageslacht zijn, zeide Hij hem.
Abram geloofde de Heer en deze rekende hem dat als gerechtigheid aan.
Toen zei God tot hem: "Ik ben de Heer, die u uit Ur in Chaldea heb geleid om u dit land in bezit te geven."
Abram vroeg: "Heer God, hoe kan ik weten dat ik het inderdaad zal krijgen?"
Hij zei tot hem: "Haal een driejarige koe, een driejarige bok, een driejarige ram, een tortel en een jonge duif."
Abram haalde dit alles, sneed de dieren middendoor, en legde de stukken tegenover elkaar; alleen de vogels sneed hij niet door.
Er kwamen roofvogels op de dode dieren af, maar Abram joeg ze weg.
Bij zonsondergang viel Abram in een diepe slaap; hevige angst en duisternis overviel hem.
Toen de zon was ondergegaan, en het helemaal donker was geworden,
zag Abram een rokende oven en een vurige fakkel die tussen de stukken doorging.
Op die dag sloot de Heer een verbond met Abram. Hij zei: "Aan uw nakomelingen
schenk Ik dit land, vanaf de beek van Egypte tot aan de grote rivier, de Eufraat."

Psalmen 105(104),1-2.3-4.6-7.8-9.
Verheerlijkt de Heer en aanbidt zijn Naam,
verkondigt de volken zijn daden.
Bezingt Hem en tokkelt de snaren voor Hem,
verhaalt al zijn wondere werken.

Gaat groot op de heilige Naam van de Heer,
verheugt u, gij die Hem aanhangt.
Verlaat u op Hem, op zijn machtige arm,
blijft altijd zijn Aanschijn zoeken.

Gij, kroost van zijn dienaar Abraham,
gij zonen van Jakob, zijn welbeminde.
De Heer, Hij is onze enige God,
wat Hij beslist geldt voor heel de aarde.

Voor eeuwig blijft zijn verbond van kracht,
wat Hij beloofd heeft voor duizend geslachten.
De bond die Hij vroeger met Abraham sloot,
de eed die Hij Isaäk eens heeft gezworen.


Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs 7,15-20.
In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: Wacht u voor de valse profeten, mensen die tot u komen in schaapskle­ren, maar van binnen roof­zuchtige wolven zijn.
Aan hun vruchten zult ge ze kennen. Plukt men soms druiven van dorens of vijgen van distels?
Zo brengt iedere goede boom goede vruchten voort, maar de zieke boom brengt slechte vruch­ten voort.
Een goede boom kan geen slechte vruchten dragen, noch een zieke boom goede vruchten.
Iedere boom die geen goede vruchten voortbrengt, wordt omgehakt en in het vuur geworpen.
Aan hun vruchten dus zult ge ze kennen.



Bron : Petrus Canisius bijbelvertaling & vernieuwingen




Overweging bij de lezing van vandaag : Johannes Tauler
Mooie vruchten dragen



 
©Evangelizo.org 2001-2017