"Heer, naar wie zouden we gaan? Gij hebt woorden van eeuwig leven."; Johannes 6,68






























 

NEGEN-EN-TWINTIGSTE ZONDAG DOOR HET JAAR

Uit profeet Jesaja 45,1.4-6.
Zo spreekt de Heer tot Cyrus, zijn gezalfde, die Hij bij de rechterhand heeft genomen, om volken voor hem neer te leggen en koningen de gordels van de heupen te rukken, en voor hij komt de deuren te ontsluiten, zonder dat een poort gesloten blijft:
Omwille van Jakob mijn dienstknecht, om Israël mijn uitverkorene, heb Ik u bij uw naam geroepen, u een erenaam gegeven en gij kende Mij niet.
Ik ben de Heer en niemand anders, buiten Mij is er geen god; Ik omgord u, en gij kent Mij niet.
Zo zullen zij erkennen, van de opgang der zon tot aan haar ondergang, dat er niemand anders is dan Ik alleen: Ik ben de Heer, en niemand anders.

Psalmen 96(95),1.3.4-5.7-8.9-10a.10c.
Zingt voor de Heer een nieuw gezang,
zingt voor de Heer alle landen.
Meldt aan de naties zijn heerlijkheid,
zijn wonderdaden aan alle volken.

Want machtig en onvolprezen is Hij
en meer te duchten dan alle goden.
De goden der volkeren zijn maaksels van mensen,
maar Hij is de Schepper van het heelal.

Huldigt de Heer, alle stammen en volken
huldigt de Heer om zijn glorie en macht
Huldigt de Heer om de roem van zijn Naam
En treedt met offers zijn voorhoven binnen;

Gaat Hem aanbidden in heilige gewaad,
Beeft voor Hem, alle mensen op aarde
Beeft voor de Heer, alle mensen op aarde,
de volken bestuurt Hij met billikheid.


Uit de 1e brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Tessalonica 1,1-5b.
Van Paulus, Silvanus en Timoteus aan de christen­gemeen­te van Tessalonica, die is in God de Vader en de Heer Jezus Christus. Genade voor u en vrede!
Wij zeggen God dank voor u allen, telkens wanneer wij uw naam noemen in onze gebeden.
Onophoudelijk gedenken wij voor het aanschijn van God, onze Vader, uw werkdadig geloof, uw onvermoeibare liefde en uw standvas­tige hoop op onze Heer Jezus Chris­tus.
Wij weten, broeders, dat God u liefheeft en dat gij door Hem zijt uitverkoren,
want wij hebben u het evangelie verkondigd niet alleen met woorden maar met kracht en heilige Geest en volle overtui­ging. Gij weet trouwens zelf wel hoe ons optreden bij u is geweest: het was gericht op uw heil.

Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens MatteĂĽs 22,15-21.
In die tijd gingen de Farizeeën onder elkaar beraadslagen hoe ze Jezus in de val konden laten lopen.
Zij stuurden hun leerlingen met de Herodianen op Hem af met de vraag: 'Meester, wij weten dat Gij oprecht zijt en de weg van God in oprecht­heid leert; en Gij stoort U aan niemand, want Gij ziet de mensen niet naar de ogen.
Zegt ons daarom: Wat dunkt U, is het geoorloofd belasting te betalen aan de keizer of niet?'
Maar Jezus doorzag hun valsheid en zei: 'Waarom probeert gij Mij te vangen, gij huichelaars?
Laat Mij de belas­tingmunt eens zien.' Zij hielden Hem een denarie voor.
Hij vroeg hun: 'Van wie is deze beeldenaar en het opschrift?'
Zij ant­woordden: 'Van de keizer.' Daarop sprak Hij tot hen: 'Geeft dan aan de keizer wat de keizer toekomt, en aan God wat God toekomt.'



Bron : Petrus Canisius bijbelvertaling & vernieuwingen




Overweging bij de lezing van vandaag : H. Laurentius van Brindisi
Werkelijk een beeld van God zijn



 
©Evangelizo.org 2001-2017