Heer, naar wie zouden we gaan? Gij hebt woorden van eeuwig leven; Johannes 6,68



Vul Uw email in


Bevestig Uw email

















 

Dinsdag in week 23 door het jaar

Lezing uit de 1e brief van de apostel Paulus aan de Corinthiërs 6,1-11.
Wanneer iemand van u met een ander een geschil heeft, durft hij dan recht zoeken bij de ongerechtigen, en niet bij de heiligen?
Weet gij dan niet, dat de heiligen de wereld zullen richten? En zo zelfs de wereld door u wordt gericht, zoudt gij dan onbevoegd zijn voor onbeduidende geschillen?
Weet gij niet, dat wij engelen zullen richten? Hoeveel te meer dus de kwesties van het dagelijks leven.
En toch laat gij bij uw dagelijkse geschillen juist hen daarover zitting houden, die door de gemeente worden veracht.
Ik zeg het tot uw beschaming. Is er dan onder u geen enkel verstandig man, die tussen zijn broeders uitspraak zou kunnen doen?
In plaats daarvan daagt de ene broeder den ander voor het gerecht, en dan nog wel ten overstaan van ongelovigen.
Ja, het is op zichzelf voor u al meer dan erg, dat gij met elkander geschillen hebt. Waarom lijdt gij niet liever onrecht? Waarom lijdt gij niet liever schade?
In plaats daarvan doet gij zelf onrecht en schade, en dat nog wel aan broeders.
Weet gij dan niet, dat zij die onrecht doen, geen deel zullen hebben aan het koninkrijk Gods? Bedriegt u niet. Ontuchtigen, afgodendienaars, overspelers, wellustelingen, knapenschenners,
dieven, hebzuchtigen, dronkaards, lasteraars en rovers zullen geen deel hebben aan het koninkrijk Gods.
En dit waren sommigen van u. Maar gij zijt rein gewassen, gij zijt geheiligd, gij zijt gerechtvaardigd in de naam van den Heer Jesus Christus en door den Geest van onzen God.

Psalmen 149(148),1-2.3-4.5-6.9.
Halleluja! Zingt een nieuw lied ter ere van Jahweh, Zijn lof in de gemeenschap der vromen.
Laat Israël zich in zijn Schepper verheugen, Sions kinderen zich in hun Koning verblijden;
Zijn Naam met reidansen vieren, Hem verheerlijken met pauken en citer!
Want Jahweh heeft zijn volk begenadigd, De verdrukten met zege gekroond;
Laat de vromen nu hun krijgsroem bezingen, En jubelen over hun wapens:
Met Gods lof in hun keel, En een tweesnijdend zwaard in hun hand!
Aan hen het vonnis voltrekken, zoals het geveld is: Dět is de glorie van al zijn vromen! Halleluja!

Heilig Evangelie van Jezus Christus volgens Lucas 6,12-19.
In die dagen ging Hij het gebergte in, om te bidden, en bracht er de nacht door in het gebed tot God.
Toen de dag aanbrak, riep Hij zijn leerlingen bijeen, en koos er twaalf van hen uit, die Hij apostelen noemde:
Simon, dien Hij ook Petrus noemde, en Andreas, zijn broer; Jakobus en Johannes; Filippus en Bartolomeüs;
Matteüs en Tomas; Jakobus van Alfeüs, en Simon, bijgenaamd de ijveraar,
Judas (broer) van Jakobus, en Judas Iskáriot, die een verrader werd.
Nu daalde Hij met hen af, en bleef op een vlakte staan. Daar bevond zich ook een talrijke groep van zijn leerlingen en een grote volksmenigte uit heel Judea en Jerusalem, en uit het kustland van Tyrus en Sidon,
die gekomen waren, om Hem te horen en van hun kwalen genezen te worden. Allen, die door onreine geesten werden gekweld, werden genezen.
En al het volk zocht Hem aan te raken; want er ging een kracht van Hem uit, die allen genas.


Overweging bij de lezing van vandaag: : Z.
"Jezus ging het gebergte in, om te bidden, en bracht er de nacht door in het gebed tot God"



 
©Evangelizo.org 2001-2010