Heer, naar wie zouden we gaan? Gij hebt woorden van eeuwig leven; Johannes 6,68














 
                    

Zondag, 01 Augustus 2010

H. Petrus Julianus Eymard, priester (gedachtenis)

image Meer informatie over de Heiligen van de dag

Heilige Petrus Julianus Eymard, priester
(gedachtenis)

DE HEILIGE PIERRE-JULIEN EYMARD (1811 – 1868) Stichter van de Congregatie van het Heilig Sacrament en van de Dienaressen van het Heilig Sacrament Belangrijkste data: Geboren te La Mure (d'Isère) in Frankrijk (bij Grenoble) op 4 februari 1811 Stichting van de Congregatie op 13 mei 1856 Gestorven te La Mure op 1 augustus 1868 Zaligverklaring door Pius XI op 12 juli 1925 Heiligverklaring door Johannes XXIII op 9 december 1962 Op de liturgische kalender: feestdag op 2 augustus. Zijn leven De heilige Pierre-Julien definieerde zichzelf als een "Jacob altijd onderweg". Drie jaar vóór zijn dood schreef hij: "Wat heeft de goede God me liefgehad! Hij heeft me ter hand genomen en geleid naar de Congregatie van het Heilig Sacrament! Alle genaden zijn genaden van voorbereiding geweest, bij wijze van een soort noviciaat! Altijd heeft het Allerheiligste Sacrament de overhand gehad! (Retraite van Rome in 1865) Opgegroeid in het Frankrijk van de Negentiende Eeuw (1811-1868) in een vaak moeilijk religieus klimaat, getekend door de gevolgen van de Franse Revolutie, heeft Pierre-Julien vanaf zijn kindertijd een geloof gehad, gekenmerkt door de Eucharistie. Veelvuldig waren zijn bezoeken aan het Sacrament; de beslissing priester te worden nam hij op de dag van zijn Eerste Communie. Er was echter tijd nodig voordat de Eucharistie werkelijk het hart werd van zijn spiritualiteit en zijn apostolische inzet. Er bestaat een zodanige verwevenheid van de ontwikkeling van zijn persoonlijkheid met die van zijn apostolaat, dat het haast onmogelijk is beide ontwikkelingsstadia te scheiden. Hij begon met een korte periode van noviciaat bij de OMI (Ordo Mariae Immacolatae). Het was de eerste stap op zijn eucharistische route. Teruggekeerd bij zijn familie vanwege gezondheidsredenen, zette hij daarna zijn weg voort in het diocesaan seminarie te Grenôble. Daar werd hij op 20 juli 1834 priester gewijd en hij vierde zijn eerste mis in het Mariaheiligdom van L'Osier, waar een gedenksteen herinnert aan deze gebeurtenis. Het is tijdens de periode als diocesaan priester (1834-1839), eerst als    vice-pastoor te Chatte en daarna als pastoor te Monteynard, dat bij hemzelf sterk het bewustzijn groeide van de realiteit van de liefde van God. Zijn spiritualiteitbeleving, in het begin sterk gekenmerkt door een ascese van boetedoening, ten gevolge van het jansenisme, vooral in de godsdienstige spiritualiteit op het platteland. Maar zijn spiritualiteit ontwikkelde zich geleidelijkerwijs naar een positieve visie op het leven, waarbij hij  liefde van God op een bijzondere wijze ontdekte in de Eucharistie, als sacrament van de liefde bij uitstek. De heilige werd daarbij beïnvloed door de geschriften van Marie-Eustelle Harpain, een mystica van de communie en later door een grondige lezing van het Nieuwe Testament, in het bijzonder de brieven van Paulus en en de teksten van de H. Johannes, als ook de kerkvaders. Een grote verandering, in de richting van een spiritualiteit gefundeerd op de liefde, trad er op in deze periode ten gevolge van zijn overwegingen en ervaringen op de Calvarieberg van Saint Roman in de nabijheid van de parochie te Monteynard. Op 20 augustus 1839 verliet hij de parochie om in te treden in de Congregatie van de Paters Maristen van P. Jean Claude Colin, die op dat moment gesticht werd te Lyon. Na een eerste vormingsperiode, kreeg P. Eymard diverse bestuurstaken toevertrouwd, die van overste van een communiteit, provinciaal van de Franse provincie van de Maristen en Generaal Visitator. De verwevenheid tussen spirituele ervaringen en apostolische initiatieven kenmerkt ook de verschillende etappes in de ontwikkeling van zijn mariale en eucharistische roeping.  Gedurende een eucharistische processie in 1845, terwijl hij het H. Sacrament droeg, voelde hij zich vervuld van een grote kracht en vroeg hij aan God de genade van een apostolische ijver, zoals die van St. Paulus om de kennis van Jezus Christus te verbreiden. Een bezoek aan Parijs in 1849, in de hoedanigheid van Provinciaal Overste, bracht hem in contact met enkele sleutelfiguren van de beweging voor nachtaanbidding, alsook  de stichteres van de Eerherstellende Aanbidding, Marie-Thérèse Dubouché. Maar vooral leerde hij daar graaf Raymond De Cuers kennen, die zijn eerste compagnon zou worden in de stichting van een eucharistisch werk . In 1851, in het mariale heiligdom van La Fourvière te Lyon, beleefde hij een diepe geestelijke ervaring, waarbij hij de noodzaak inzag van de Eucharistie voor de vernieuwing van het christelijke leven en de vorming van priesters en leken. In die periode schreef hij: "Vaak heb ik nagedacht over een remedie tegen de algemeen heersende onverschilligheid,die zich op schrikbarende wijze meester maakt van vele katholieken en ik vond er maar één: de Eucharistie, de liefde voor de eucharistische Jezus. Het verlies van geloof komt voort uit het verlies van de liefde" (Brief van 22 oktober 1851). En tevens: "Het is nodig meteen aan het werk te gaan om de zielen te redden met de Eucharistie en Frankrijk en Europa op te wekken uit de slaap van de onverschilligheid, omdat ze de gave van God niet kennen, Jezus, de Emmanuel van de Eucharistie. Het is nodig het vlammetje van de liefde aan te wakkeren in de lauwe zielen, die geloven dat ze vroom zijn, maar het niet zijn, omdat hun levenscentrum niet gefocust is op Jezus in het tabernakel"(Brief van 11 februari 1852). Zijn eucharistische roeping ontstaat dus grotendeels door deze constatering, die voor hem een appel is, een zending.   In samenwerking met graaf De Cuers en met het oog op de stichting van een religieuze Orde van het Heilig Sacrament, had hij in april 1853, wat hij later zou noemen de ervaring van een "genade van overgave" m.b.t. zijn projecten.De drie jaren daarna groeide de aantrekkingskracht tot het eucharistisch werk, temidden van grote spanningen binnen de Congregatie van de Maristen, wat uitmondde in de stichting van van een nieuw religieus Instituut: de Congregatie van het Heilig Sacrament, gesticht te Parijs op 13 mei 1856 onder goedkeuring van de aartsbisschop Mgr. Marie Dominique Sibour. Het eucharistische leven dat P. Eymard voorstelt, beperkt zich niet enkel tot de contemplatieve dimensie. Hij schrijft: "Een puur contemplatief leven kan niet ten volle eucharistisch zijn: het vuur heeft een vlam nodig (Brief van 1 mei 1861). Naast de stichting van de Dienaressen van het Heilig Sacrament en de inspiratie tot het stichten van de Aggregatie van Priester Aanbidders en de Eucharistische Aggregatie voor leken, zette hij zich in voor het werk van de Eerste Communie van volwassenen en arbeidersjongeren, door prediking, door geestelijke begeleiding en een veelsoortig apostolaat; Het idee van de Eucharistische Congressen is zeker mede terug te voeren op zijn inspiratie; Het was juist door zijn inzet voor de Eerste Communie van arbeidersjongeren dat hij de goedkeuring verkreeg van de aartsbisschop Mgr. Sibour. In diezelfde periode werkte hij ook aan de stichting van een vrouwelijke tak van zijn werk en met medewerking van Marguerite Guillot, gaf hij in 1858 leven aan de Congregatie van de Dienaressen van het Heilig Sacrament.   De ontwikkeling in zijn verstaan van de Eucharistie duurt voort tot aan zijn dood. Pater Eymard heeft steeds getracht dit verstaan te verdiepen. Hij heeft zijn aanvankelijk wat eerherstellende accent overstegen naar een bredere en meer complete visie op het Sacrament, die de dimensies van dankzegging, viering en communie aan het licht bracht, alsook de transformerende kracht van de Eucharistie, waarvan de ziel Jezus Christus zelf is. Als onvermoeibare voorvechter van de veelvuldige communie, was het zijn ideaal zich te laten omvormen door de Eucharistie, door dit sacrament van liefde te plaatsen in het centrum (een veelvuldig gebruikte term in zijn geschriften) van zijn leven. De gedachte van p. Eymard  over de mis als hoogtepunt van de christelijke ervaring, is te vinden in  een passage uit de proeve van zijn Constituties van 1863: "Het heilig misoffer en de communie van het Lichaam van onze Heer Jezus Christus, zijn onder alle heilige handelingen, zonder twijfel het doel en het leven van de gehele godsdienst; ieder richtte dan ook als middel tot haar doel, zijn vroomheid, deugd en liefde op het eren en waardig ontvangen van deze heilige mysteriën"(Textus IV, 432). Gedurende een lange retraite in Rome in 1865, voltrok hij een laatste etappe, door te spreken over het "innerlijke eucharistische rijk", dat de gelovige leidt tot zelfgave aan de Vader in eenheid met Jezus, geplaatst in een meer expliciete trinitaire en ecclesiale dimensie. Zijn weg, geleefd in het licht van de Eucharistie, was tot rijpheid gekomen: p. Eymard laat zich vormen door de geest om zelf Eucharistie te worden, opdat Christus in hem moge leven(vgl. GaI 2,20), «Jezus is in mij om in mij voor de Vader te leven. Om in mij in die hoedanigheid aanwezig te blijven, geeft Hij zich in de communie: zoals de Vader, die het leven heeft, mij gezonden heeft en ik leef voor de Vader, zo zal ook die mij eet, leven voor mij (Joh. 6,57)» (Retraite van Rome in 1865). Dit is, zoals hij zal schrijven in een retraite van 1867: "de genade van heiligheid door middel van de Eucharistie». P. Eymard sterft in hetzelfde huis waar hij geboren is, te la Mure, op 1 augustus 1868 in de leeftijd van slechts 57 jaar, afgemat door zijn intense werkzaamheid. Ondanks de veelvuldige ziekten en gelijksoortige ervaringen van lijden van allerlei aard, die de laatste periode van zijn leven hebben gekenmerkt, bleven zijn woorden steeds vurig en rijk aan uitnodiging tot vreugde en dankzegging. Zo schreef hij in die laatste jaren: "De plechtige  cultus van de uitstelling is noodzakelijk om het ingeslapen geloof op te wekken van vele eerlijke mensen die Jezus Christus niet meer kennen, hun naaste, hun vriend en hun God"..."De maatschappij zal krachtig herboren worden, wanneer alle leden zich zullen verzamelen in eenheid rondom onze Emmanuel. De verhoudingen zullen veranderen op een natuurlijke wijze onder het licht van een gemeenschappelijke waarheid; de bestaande vriendschapsbanden worden waarachtig en sterk gemaakt en  nieuwe worden aangeknoopt door de werkzaamheid van een gezamenlijk liefdesideaal; dat zal de terugkeer zijn van die mooie dagen in het Cenakel."

Zijn lichaam werd in 1877 tegen de zin van de bewoners overgebracht van La Mure d'Isère naar het moederhuis van de Franse provincie en bijgezet in de nieuwgebouwde Corpus-Christi in de avenue de Friedland te Parijs.



door Antonio Pedretti sss (vertaald door Theo Hebing sss )




 
©Evangelizo.org 2001-2010